HET VERHAAL IN DE TEKENING VAN JAAP OUDES.
Het verhaal in de tekeningen van de Nederlandse kunstenaar Jaap
Oudes (1926-1998) is altijd folkloristisch, nostalgisch en diep
geworteld in het volksleven. Oudes was een autodidact die zijn tekeningen
opbouwde als visuele vertellingen. Hij creëerde een dromerige fantasiewereld
waarin de grens tussen de realiteit en het surrealisme vervaagde.
Kernkenmerken van zijn verhalen
- Geïnspireerd
op folklore en erfgoed: Zijn verhalen spelen zich af rond kermissen,
circussen, oogstfeesten en religieuze tradities]
- Vlaamse
en Hollandse invloeden: Hij haalde zijn inspiratie uit het
Noord-Hollandse landschap, reizen door Europa en de volkse, Bourgondische
sfeer uit de boeken van de Vlaamse schrijver Felix
Timmermans. Hij trad hiermee bewust in de voetsporen van Pieter
Bruegel de Oude.
- Vaste
archetypen: De hoofdrolspelers in zijn getekende verhalen zijn
herkenbare figuren uit de dorpsgemeenschap, zoals de boer, de pastoor, de
burgemeester, vissers en muzikanten. Ook personages uit de literatuur,
zoals Dik Trom en Pallieter, duiken op.
- Fantasierijk
en overvol: Het tekenblad wordt volledig gebruikt (horror vacui).
Beelden en herinneringen worden op elkaar gestapeld, waardoor er overal op
het papier kleine micro-verhalen ontstaan. Figuren zweven soms door de
lucht, vergelijkbaar met het werk van Marc Chagall.
- Hoe
de verhalen ontstonden
Jaap Oudes wees een rationele of psychologische analyse van
zijn werk altijd af; voor hem was het een intuïtief en spontaan proces. Hij zei
zelf: "Als ik teken ben ik op reis." Tijdens het minutieus
zetten van duizenden kleurpotloodstreepjes reisde hij in zijn hoofd terug naar
zijn jeugdherinneringen en de plaatsen die hij had bezocht. Een beroemd
kantelpunt in zijn werk was een treinrit in 1950, waarbij vrouwen in
traditionele klederdracht instapten. Deze ontmoeting triggerde een levenslange
fascinatie voor klederdrachten en historische decors.
Zijn tekeningen fungeren als een kleurrijke, vrolijke en
soms humoristische kroniek van een volkscultuur die in de moderne wereld
langzaam aan het verdwijnen was.
Voorbeeld
In dit zeer gedetailleerde en fantasierijke tafereel zien we
een drukke, nostalgische wereld vol activiteit:
- Centrale
thema's: Een stoomtrein met wagons van de stoomcarrousel van Benner
rijdt door een Nederlands landschap. Boven de trein zweeft een grote,
verlichte carrousel.
- Symboliek
en details:
- De
tekening is rijk aan folkloristische elementen, waaronder personages in
klederdracht en windmolens op de achtergrond.
- Onderin
is een cartouche te zien met de tekst "Beemster Land 1734",
wat verwijst naar de historische context van de droogmakerij waar de
kunstenaar vandaan kwam.
- Op
de trein een varken waarop een varken met een clown achterstevoren
gezeten. Dit verwijst naar de Efteling waar zich een dergelijke situatie
voordoet.
- Varkens,
muzikanten en feestende figuren die aankomen snellen, dragen bij aan de
surrealistische en vrolijke sfeer die kenmerkend is voor het werk van
Oudes.

Reacties
Een reactie posten